Ondanks de escalerende geopolitieke spanningen handhaven de Verenigde Staten en China een verrassend robuuste samenwerking op het gebied van onderzoek naar kunstmatige intelligentie. Uit een recente analyse van meer dan 5.000 papers gepresenteerd op de NeurIPS-conferentie blijkt dat ongeveer 3% betrekking heeft op gezamenlijk werk van Amerikaanse en Chinese instellingen. Dit suggereert dat de twee naties, ondanks hun politieke houding, de wederzijdse voordelen erkennen van gedeelde vooruitgang op dit cruciale gebied.
De omvang van de samenwerking
Het niveau van samenwerking bestaat niet alleen uit een paar geïsoleerde incidenten. Ongeveer 141 van de 5.290 artikelen (3%) bevatten auteurs van zowel Amerikaanse als Chinese organisaties, terwijl vergelijkbare percentages (ongeveer 3%) ook in het voorgaande jaar werden waargenomen. De uitwisseling gaat verder dan louter co-auteurschap: algoritmen en modellen die in één land zijn ontwikkeld, worden snel aangepast en geïntegreerd in onderzoek in de hele Stille Oceaan. De veelgebruikte transformatorarchitectuur, oorspronkelijk van Google, verschijnt bijvoorbeeld in 292 artikelen met Chinese auteurs, terwijl Meta’s Llama-modellen in 106 artikelen voorkomen. Omgekeerd komt het Chinese Qwen-grote taalmodel voor in 63 artikelen, waaronder Amerikaanse onderzoekers.
Waarom samenwerking blijft bestaan
Het voortbestaan van deze samenwerking is niet toevallig. Veel Chinese onderzoekers krijgen training in de VS en vormen duurzame professionele relaties. Zoals Jeffrey Ding van de George Washington Universiteit opmerkt, profiteren beide landen van deze regeling, ongeacht de politieke druk. Deze realiteit ondermijnt verhalen over volledige ontkoppeling in AI.
“De Amerikaanse en Chinese AI-ecosystemen zijn onlosmakelijk met elkaar verweven – en beide profiteren van deze regeling.”
—Jeffrey Ding, George Washington Universiteit
Automatisering in onderzoek
De analyse zelf toont de groeiende rol van AI in AI-onderzoek aan. Het onderzoek maakte gebruik van OpenAI’s Codex om duizenden papieren te analyseren, waardoor een taak werd geautomatiseerd die handmatig onpraktisch zou zijn geweest. Dit benadrukt het potentieel van AI om wetenschappelijke ontdekkingen te versnellen en roept tegelijkertijd vragen op over de betrouwbaarheid van dergelijke geautomatiseerde tools. Onderzoekers moeten de resultaten zorgvuldig verifiëren, omdat AI-modellen onverwachte fouten kunnen maken.
Bredere implicaties
Deze samenwerking vindt plaats in een tijd waarin zowel Amerikaanse als Chinese beleidsmakers hun investeringen in AI verhogen, vaak in termen van nationale concurrentie. De voortdurende onderlinge afhankelijkheid suggereert dat, ondanks de retoriek, geen van beide landen het zich kan veroorloven zich volledig te isoleren van de vooruitgang van het andere. De bevindingen herinneren eraan dat samenwerking een belangrijke factor blijft in de race om AI-dominantie.
Concluderend: hoewel geopolitieke spanningen de krantenkoppen domineren, blijft de samenwerking tussen de VS en China op het gebied van AI floreren. Deze realiteit onderstreept het onderling verbonden karakter van de mondiale wetenschappelijke gemeenschap en de wederzijdse voordelen van gedeelde innovatie, ondanks politieke druk.
